Omgangsregeling: Een recht, maar ook een plicht!

18 April 2014
De meeste ouders die ik bijsta in een gerechtelijke procedure willen via de rechtbank een omgangsregeling voor zichzelf met hun kind(eren) laten vastleggen. Zij willen graag omgang en worden daarin door de andere ouder soms tegen gewerkt. Het komt echter ook (steeds vaker) voor dat ouders zich melden met het verzoek een omgangsregeling vast te laten leggen tussen hun kind(eren) en de andere ouder omdat deze juist geen omgang met de kinderen wil. Kan je, tegen de wil van de andere ouder, de keuze maken om geen omgang met je kinderen te hebben?   Recht en plicht Het recht op omgang bestaat voor de ouders en de kinderen, dat blijkt ook uit de wet en jurisprudentie. De letterlijke wettekst is: “Het kind heeft het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind.”   Ouders hebben dus niet alleen recht op omgang met hun kinderen maar hebben daartoe ook een verplichting. Hieruit volgt dat afspraken tussen ouders over omgang of een door de rechter vastgestelde omgangsregeling moeten worden nagekomen door†beide†ouders, ook door de ouder aan wie het recht op omgang toekomt.   Ontzegging van het recht op omgang De wet geeft een limitatieve opsomming van gronden op basis waarvan de rechter het recht op omgang ontzegt:
  • Indien omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind, of
  • indien de ouder of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang, of
  • indien het kind dat twaalf jaren of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen omgang met zijn ouder of met degene met wie hij in een nauwe persoonlijke betrekking staat heeft doen blijken, of
  • indien omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind
  Casus In deze casus heeft een moeder via de rechter verzocht een omgangsregeling vast te leggen tussen haar 5-jarige zoon en diens vader. De vader heeft de moeder te kennen gegeven geen contact te wensen met het kind. Toch is moeder van mening dat het in het belang van het kind is om omgang te hebben met vader.   De vader stelt geen emotionele band te hebben opgebouwd met het kind, omdat zij slechts drie keer kortdurend contact hebben gehad sinds de geboorte. De vader voert onder andere aan dat omgang feitelijk onmogelijk is, nu hij een ander gezin heeft met kinderen, die niet van het bestaan van de minderjarige op de hoogte zijn. De vader stelt ook dat omgang grote gevolgen kan hebben voor zijn andere kinderen die in de pubertijd zitten. Wanneer zij geconfronteerd worden met het feit dat zij nog een jonger broertje blijken te hebben zou dit voor hen ernstig nadeel opleveren. Ook wil de echtgenote van de vader niet betrokken zijn bij enige vorm van omgang. Tenslotte acht vader zich zowel fysiek als emotioneel niet in staat om “op twee plekken vader te zijn”. Hij concludeert vervolgens dat het kind geconfronteerd zal worden met een vader die hem niet wenst te zien en dat dit ernstig nadeel zou opleveren voor de ontwikkeling van het kind   De moeder handhaaft haar stelling dat het niet onderhouden van contact tussen vader en kind uiterst schadelijk voor de minderjarige zou zijn.   Uitspraak De rechtbank Breda besliste dat vader onvoldoende had aangetoond dat een omgangsregeling ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind. Integendeel, de rechtbank was, samen met de Raad voor de Kinderbescherming, van mening dat het voor een evenwichtige ontwikkeling van het kind in zijn belang moet worden geacht dat hij zijn vader zou leren kennen. De rechtbank geeft aan dat de dilemma’s die een omgangsregeling met zich meebrengen voor de man, ondergeschikt zijn aan het zwaarwegende belang van het kind op omgang.   Conclusie Er wordt veel waarde gehecht aan het contact tussen ouders en hun kind(eren). De zwaarwegende belangen van het kind staan daarbij voorop. Het enkele feit dat de ouder geen contact wenst met zijn kind(eren), is onvoldoende om geen omgang vast te leggen.   Auteur: Anneloes van Tuijn Anneloes van Tuijn studeerde af aan de Universiteit in Tilburg en sloot in 2009 aan bij Van Zinnicq Bergmann advocaten. Aanvankelijk richtte Anneloes zich op de algemene civiele praktijk, maar is zich daarbinnen vooral gaan concentreren op huurrecht en familierecht. Daarnaast zal zij zich de komende tijd meer gaan toeleggen op het gebied van Intellectuele eigendom.  

Gerelateerde berichten

Regelmatig word ik benaderd met vragen over de tarieven en vrijstellingen voor de erf- en schenkbelasting in 2015. Hieronder zal ik de tarieven...

Deel dit blog artikel

Social buttons: 

Vind voor mij de juiste advocaat

U heeft hulp nodig bij een juridisch conflict? Laat ons u helpen met het vinden van de beste advocaat!
Reageer

Experts uitgelicht

(Incasso) beslag en executierecht, Ontslagrecht, Echtscheiding
5

(4 beoordelingen)
Aansprakelijkheidsrecht, Arbeidsrecht, Hippisch recht
5

(1 beoordeling)
Huurrecht, Bouwrecht, Burenrecht
5

(2 beoordelingen)

Exclusief bij De Advocatenwijzer

Gratis juridische documenten
Bespaartips bij juridische kosten
Beoordeel jouw expert
...en verder nog veel meer
Zelf aan de slag?

Over de Advocatenwijzier

Heb je een advocaat nodig maar vind je het lastig om uit het grote aanbod de juiste te kiezen? Dat begrijpen wij volkomen. Daarom helpt De Advocatenwijzer particulieren en ondernemers bij het vinden van een geschikte advocaat. Met onze uitgebreide ervaring in de advocatuur kunnen wij als geen ander de advocaat vinden die voldoet aan jouw criteria, voorkeuren en behoeften.