Particulier

Aansprakelijkheidsclaim schietdrama Alphen: onrechtmatig maar niet aansprakelijk

Rogier Meijer
2 March 2015
Het Nederlandse aansprakelijkheidsrecht gaat uit van een relatieve onrechtmatigheid. Dit houdt in dat het enkele feit dat iemand een rechtsnorm schendt met als gevolg dat bepaalde personen schade lijden, nog niet direct betekent dat de normschender aansprakelijk is jegens al deze benadeelden. Er bestaat slechts aansprakelijkheid als de schadeveroorzaker jegens de specifieke benadeelde personen onrechtmatig heeft gehandeld (het relativiteitsbeginsel). Nu ligt het voor de hand dat als iemand het recht met voeten treedt en er een causaal verband bestaat tussen deze normschending en de schade die bepaalde personen hebben geleden, deze schade dient te worden vergoed. Dat is in de verreweg de meeste gevallen ook zo. Desondanks doen zich situaties voor waar het voornoemde relativiteitsbeginsel roet in het eten gooit voor benadeelden. De laatste jaren zijn hier verschillende voorbeelden van te vinden in de jurisprudentie. Het gaat daarbij met name om claims tegen de overheid. De recente uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 februari 2015 in de procedure van de slachtoffers (dan wel hun erfgenamen) van het schietdrama in Alphen aan den Rijn tegen de Politieregio Hollands Midden (Politieregio) past in dit rijtje. Door de slachtoffers was aangevoerd dat de Politieregio onrechtmatig had gehandeld jegens de slachtoffers omdat zij nooit had mogen overgaan tot het verlenen van een wapenvergunning. De rechtbank schetst in zijn vonnis uitvoerig het toetsingskader voor de procedure bij het verlenen van een wapenvergunning volgens het stelsel van de Wet Wapens en Munitie (WWM) en de Circulaire wapens en munitie (CCW). De rechtbank komt tot het oordeel dat bij de behandeling van de aanvraag van een wapenverlof door de Politieregio niet alle relevante beschikbare gegevens zijn betrokken en dat de Politieregio inderdaad in strijd heeft gehandeld met de WWM. Indien de Politieregio wel alle relevante informatie had meegewogen dan had dit naar het oordeel van de rechtbank tot een weigering van de gevraagde wapenvergunning moeten leiden. Toch levert dit oordeel de slachtoffers niets op omdat de rechtbank ook tot het oordeel komt dat de geschonden norm, namelijk de WWM, niet strekt tot bescherming tegen de schade van de slachtoffers. Volgens de rechtbank geeft deze wet vorm aan het geweldsmonopolie van de overheid als het gaat om wapens en munitie. Met een verwijzing naar de memorie van toelichting van de wetgever bij de WWM tekent de rechtbank aan dat de wet verschillende doeleinden dient waaronder de bescherming van de veiligheid van burger en staat. Verder is door de wetgever verwezen naar de behoefte aan strenge controle voor het bezitten en dragen van wapens en een effectieve controle van wapenhandel. Deze aan de wetsgeschiedenis ontleende oogmerken van de WWM leiden de rechtbank tot de conclusie dat er een onderscheid moet worden gemaakt tussen enerzijds de door de WWM nagestreefde algemene maatschappelijke norm van de veiligheid van de samenleving en anderzijds de door de Politieregio geschonden norm door onvoldoende zorgvuldig te zijn geweest bij de vergunningverlening. Hoewel de rechtbank onderkent dat deze zorgvuldigheidsnorm bijdraagt aan de verwezenlijking van de algemene (veiligheids)norm is daarmee volgens de rechtbank niet gezegd dat de zorgvuldigheidseisen die voortvloeien uit de geschonden regelgeving ook strekken tot bescherming van de (vermogens)schade die de slachtoffers hebben geleden. Kortom, de Politieregio heeft inderdaad (grove) steken laten vallen bij de vergunningverlening en heeft hiermee onrechtmatig gehandeld maar deze onrechtmatigheid resulteert niet in aansprakelijkheid jegens de slachtoffers (dan wel hun nabestaanden). Dit is vanuit het perspectief van de slachtoffers uiteraard een weinig bevredigende uitkomst. Maar ook met meer distantie doet de uitkomst niet direct recht aan het rechtsgevoel. Dat komt met name omdat het oordeel tamelijk hoge eisen stelt aan het abstractievermogen bij het onderscheid dat wordt aangebracht tussen de doelstelling van de WWM veiligheid te bieden en tegelijkertijd de conclusie dat indien de WWM wordt geschonden met als gevolg dat er met het wapen – waarvoor geen vergunning zou zijn verleend indien de normen waren nageleefd – slachtoffers worden gemaakt, de daaruit voortvloeiende schade niet valt onder het beschermingsbereik van de WWM. Het onderscheid dat hier wordt aangebracht komt in feite neer op de veiligheid in algemene zin – waarvoor de WWM zou zijn bedoeld – en de veiligheid, althans: het gebrek daaraan (met schade als gevolg) , in een concreet geval – waarvoor de WWM niet zou zijn bedoeld. Relativiteitsvragen zijn inherent lastige vragen en dat doet zich in het bijzonder gevoelen bij precaire situaties als de onderhavige. De benadeelden zijn in hoger beroep gekomen van het vonnis van de rechtbank dus het laatste woord is nog niet gezegd over deze lastige vraag.
Rogier Meijer
Ik onderscheid mij door een combinatie van enerzijds grondige academische kennis en anderzijds ruime ervaring opgedaan in de internationale advocatuur. Mijn academische kennis heb opgedaan tijdens mijn aanstelling bij Rijksuniversiteit Groningen waar ik van 2002 tot 2007 onderzoek heb gedaan en heb gedoceerd in verschillende privaatrechtelijke vakken. In 2007 ben ik gepromoveerd op het onderwerp overheidsaansprakelijkheid wegens schending van Europees recht. Vanaf begin 2007 ben ik werkzaam geweest bij Allen & Overy LLP bij de afdelingen Competition en Litigation & Arbitration. Bij Competition heb ik ervaring opgedaan met kartelzaken en fusiemeldingen en vanaf 2009 ben ik actief geweest in de commerciële procespraktijk met het adviseren, procederen en arbitreren op het gebied van commerciële geschillen, waaronder overnamegeschillen, contractenrechtelijke geschillen, kartelschadeprocedures en aanbestedingsrechtelijke geschillen. Vanuit mijn ervaring en kennis opgedaan in de wetenschap en internationale advocatuur ben ik ZIPPRO & MEIJER Advocaten gestart. ZIPPRO & MEIJER Advocaten levert hoogstaande juridische dienstverlening aan zowel startende als gevestigde ondernemingen. Ik ben daarnaast verbonden als universitair docent privaatrecht aan het Molengraaff Instituut van de Universiteit Utrecht. Ook publiceer ik regelmatig in juridische (vak)tijdschriften en ben ik redacteur van het Maandblad voor Vermogensrecht en medewerker van de juridische tijdschriften Overheid & Aansprakelijkheid en Markt & Mededinging.

Gerelateerde berichten

In dit artikel wordt aandacht besteed aan de (juridische) gevolgen van het elektronisch verwerken van gegevens. Het verwerkingsbegrip omvat alle...
In dit artikel wordt aandacht besteed aan de (juridische) gevolgen van het elektronisch verwerken van gegevens. Het verwerkingsbegrip omvat alle...

Deel dit blog artikel

Social buttons: 

Vind voor mij de juiste advocaat

U heeft hulp nodig bij een juridisch conflict? Laat ons u helpen met het vinden van de beste advocaat!
Reageer

Experts uitgelicht

(Incasso) beslag en executierecht, Ontslagrecht, Echtscheiding
5

(4 beoordelingen)
Aansprakelijkheidsrecht, Arbeidsrecht, Hippisch recht
5

(1 beoordeling)
Huurrecht, Bouwrecht, Burenrecht
5

(2 beoordelingen)

Exclusief bij De Advocatenwijzer

Gratis juridische documenten
Bespaartips bij juridische kosten
Beoordeel jouw expert
...en verder nog veel meer
Zelf aan de slag?

Over de Advocatenwijzier

Heb je een advocaat nodig maar vind je het lastig om uit het grote aanbod de juiste te kiezen? Dat begrijpen wij volkomen. Daarom helpt De Advocatenwijzer particulieren en ondernemers bij het vinden van een geschikte advocaat. Met onze uitgebreide ervaring in de advocatuur kunnen wij als geen ander de advocaat vinden die voldoet aan jouw criteria, voorkeuren en behoeften.